Er was een tijd dat ik me incompetent voelde. Dat gevoel komt in vlagen; soms is het er, en dan verdwijnt het ook weer. Natuurlijk, ik kan heus wel dingen, maar ik kan geen lamp aansluiten, of een wasmachine repareren, en ik snap al helemaal niks van elektriciteit.
Maar ik heb afgelopen jaar toch wel echt geprobeerd iets met dat gevoel te doen. En alhoewel ik maar een paar voorbeelden kan bedenken van vaardigheden die ik ontwikkeld heb: iets is toch beter dan niets. Ik kan nu een beetje zeilen, en ik kan de sproeiers in de tuin handmatig aanzetten. Per zone zelfs, en ingesteld op tijd. Ik weet hoe ik vuur moet maken; ik heb de muren in huis geverfd en heb eens een hoogslaper in elkaar gezet (met hulp, dat wel).
Toch bleef er een latent gevoel van incompetentie aanwezig. Soms kun je de grote dingen des levens niet aan, en soms kunnen futiele zaken je een incompetent gevoel geven.
Het lukte me maar niet om goede korte broeken te kopen. En inderdaad, hoe moeilijk kan dat zijn, hoor ik je denken.
Nou moeilijk. Ik ken m’n lichaam goed: ik weet wat me staat, en wat niet. En toch kocht ik de ene miskoop na de andere. Te kleine maat, te grote maat, te strak, te slop, te doorschijnend, te kinderachtig, te bejaard. Dan had ik er weer chloorvlekken op, dan sprong de knoop eraf. Er kan veel mis zijn aan een korte broek.
Tot deze zomer. Ik kocht er drie tegelijk, goedkoop, bij een fastfashionketen. En alledrie waren ze precies wat ik altijd al zocht in een korte broek. Neutrale kleuren, high waist, bandplooien, riemlussen, elastiek in de rug, broekzakken, katoen en elastaan, wide leg.
Het is gewoon ongelofelijk. Ongelooflijk competent gevoel heb ik nu.