Aaltine Hoekstra

10 Posts Back Home

Poepbericht

Zondag in de namiddag liep ik met onze hond over een redelijk onguur stukje industrieterrein. Het is een handige route, want het maakt dat ik een mooi rondje van 2 kilometer loop, en de hond kan er redelijk anoniem kakken in de berm. Het is ook een stukje waar ik niet gauw ‘s avonds in de donkerte alleen zou lopen.

Dus zondagmiddag, het was nog licht, liep ik opgewekt te lopen, en ik hoorde plots een gesmoord gilletje. Nu loop ik altijd wel enigszins nieuwsgierig om me heen te kijken, benieuwd wie of wat je ziet, maar nu was ik meer in gedachten verzonken.

Dat gilletje deed me opschrikken uit m’n eigen gedachten, en in flits zag ik dus een vrouw, gehurkt in een hoekje op het gras tegen de bosjes aan, met een sigaret in de hand, en verder grote vlakken wit vlees. Zij zat daar dus te poepen, en schrok waarschijnlijk van mij toen ik langsliep.

Poepen op zondag, wie doet dat nou?

Maar serieuzer, geen mens poept voor z’n lol in de bosjes denk ik. Als je daar met een vrachtwagen staat op zondag, dan zouden er toch voorzieningen voor je moeten zijn? Of als je met teveel mensen opgepropt in een huis zit, en je je toevlucht moet zoeken naar een stukje gras, dan lijkt me dat niet menswaardig?

Ik durfde deze vragen niet te stellen, en liep gauw door.

Meten is weten

Ik meet, tel, log, registreer en schrijf wat af tegenwoordig. Alsof je hele leven niet meer is dan een optelsom van alles wat apps om je heen registeren. Bestaat het nog als je het niet meet?

Voorleven

Over je woorden zorgvuldig kiezen als het gaat om je kinderen, schreef ik al eens. Maar volgens mij gaat het ook meer om hoe je bent, hoe je doet, hoe je kijkt, hoe je reageert, hoe je beweegt.

Vooral bij Rine ervaar ik heel goed hoe ze op me let en me in de gaten houdt, en hoe ze me nadoet. Soms is dat grappig en schattig en aandoenlijk. Maar ik ben ook een gebrekkig persoon en dan denk ik, och arm kind, dat ik nou krek jouw voorbeeld ben.

Ik zie het hoe Rine na het douchen op dezelfde manier als ik haar hoofd naar voren gooit en haar haartjes in een handdoek wikkelt, hoe ze dezelfde crèmepjes wil opsmeren. ‘Waarom gebruik je make-up, mama?’ ‘Ik wil ook mijn haren krullen.’ ‘Waarom kijk je zo boos, mama?’ ‘Ik wil op jou lijken, mama.’

Wat laat je zien, en wat geef je mee, is iets wat in het normale dagelijkse leven in een flits of zucht gebeurt. Het is zowel beklemmend als bevrijdend.

Zoveel woorden

Pas vroeg ik me af waarom iets niet werd gedaan wat ik wel gevraagd had. Toen ik mijn mailtje teruglas kwam ik erachter dat ik zo ongelooflijk veel woorden had gebruikt, maar niet concreet iets gevraagd had (terwijl ik toen waarschijnlijk wel dacht dat ik dat deed).

Wat een woorden kan ik neerleggen zonder echt concreet te zijn.

Zo ook met dit schrijven, allemaal woorden, zinnen letters, maar wat zeg ik nou eigenlijk?

Wat?

Ik wil de beelden van de foto’s en filmpjes over wat er gebeurt in Israël niet zien. Geen zinnig woord over te denken, geen zinnig woord over te zeggen. Een vlag uithangen, naar een dienst gaan, je steun betuigen, bidden tot (een) God? Wat kun je in vredesnaam doen tegen buitensporig geweld?

Groen kopen, kan dat?

Blousje van lyocell, wat een mooie poederige glans geeft (kreukelt wel heel erg).

Gister kwam ik niet lekker tot een punt vond ik, omdat ik nogal veel woorden over kleding kan droppen, en zelf nog altijd op zoek ben naar hoe je verantwoord kleding kan kopen.

Maar daar zit denk ik ook precies de discrepantie: wil je het goed doen, dan moet je mínder kopen. En ben ik misschien naarstig op zoek naar manieren om wel te blijven kopen, maar dan ‘groen’. (Daar zal gerust ook een fancy term voor zijn.)

Maar goed dat helpt m’n allerliefste vriendin niet, die zaterdag lekker gaat shoppen. Dus, als je shopt, kijk vooral in de labels, naar de samenstelling van de stoffen. Als het om wol (wat voor soort dan ook) en viscose, lyocell, cupro, katoen, modal en zijde gaat, dan is het z’n geld eerder waard dan wanneer het om 100% polyester gaat.

Stoffig

Een van m’n laatste aanwinsten: een bomberjack, met schoudervullingen, van wol (van de Zara)

De kledingindustrie is van de meest vervuilende industrie. Op welke plek het staat, weet ik niet precies, maar wel dat het hoog scoort op de lijstjes. Sommigen beweren zelfs de op één na meest vervuilende industrie.

Alle duurzame merken en initiatieven ten spijt, het beste zou gewoon zijn om mínder te kopen. In ieder geval, minder nieuw te kopen.

Maar dat is knap lastig. Vooral als alles om je heen ook ingericht is om je steeds maar te verleiden om iets nieuws te kopen. En o, wat zwicht ik snel.

Áls je dan toch iets (nieuws) koopt, dan kun je het beste letten op de kwaliteit van de stof, en de pasvorm.

De pasvorm is belangrijk omdat dat jouw lichaam dient. En als het je lichaamsvorm dient, dan staat het je goed, en blijf je het aantrekken. Daarvoor is het ook belangrijk om je lichaam te kennen en ervan te houden.

Als je voor de betere kwaliteit stof gaat, blijven je kledingstukken langer goed en mooi, waardoor je er ook langer ook langer mee doet. (Goh, wat een wijsheid).

1. Ga voor wol! Merinowol is zacht, en warm en kriebelt niet. Als je jezelf iets cadeau wil doen, kies dan voor kasjmier. Luxueus, ultrazacht, lichtgewicht en warm. De kwaliteit zal je nooit vervelen.

2. Voor overige stoffen, probeer polyester te vermijden. Polyester is een synthetische stof, dus het produceren is niet milieuvriendelijk. Een iets betere optie zouden stoffen van halfsynthetische vezels zijn, zoals viscose, lyocell, modal of cupro. Deze stoffen ogen ook heel mooi.

Wordt vervolgd!

Kinderboeken

Alles kan ik verdragen,

Het weggooien van babydekentjes,

Kapotte poppenhuizen, het smoezelige

autokleedje, kan ik met droge ogen

weggooien, daar ben ik

werkelijk hard in.

Maar boeken in de kinderkamers,

veel gelezen, met ezelsoren,

op een gammel plankje, nee.

Doet je dit aan een ander gedicht denken? 10 punten voor het goede antwoord!

Keuzes op gevoel

Een tijdje terug luisterde ik naar De Ongelooflijke podcast, waar ik graag naar mag luisteren. Het ging over geloven en niet-geloven en hoe eigenlijk die discussie altijd gevoerd wordt op basis van de rede, terwijl geloven of niet geloven eigenlijk nooit gebaseerd is op verstandelijke argumenten, maar eerder op een gevoel of ervaring.

Dat vond ik een interessant inzicht, omdat we enerzijds heel veel waarde hechten aan de rede (aan feiten, en aan wetenschappelijk onderzoek), maar anderzijds als het gaat om de meest wezenlijke zaken, speelt de rede niet zo’n grote rol.

Het deed me ook terugdenken aan de overstap naar een andere dokter die ik een aantal jaar geleden maakte. Deze dokter was dienstdoende arts tijdens mijn bevalling, en vroeg, tijdens het hoogtepunt van m’n weeën, hoe het met me ging. Dat vond ik zo’n grappige vraag op dat moment. Ik weet nog dat ik dacht: bedoel je of ik het in deze situatie nog trek, want je snapt toch dat ik verrek van de pijn?

Bij m’n volgende zwangerschap heb ik me over laten schrijven naar zijn praktijk, en alhoewel er laatst wat gedoe was met overnames, is me dat al die tijd nog heel goed bevallen.

(Een kleine persoonlijke illustratie hoe keuzes vaak niet redelijk of logisch zijn, maar eerder gevoelsmatig.)

Navigate