Divers

Waarom ik gestopt ben met Vinted

Vinted is een prima platform voor het kopen en verkopen van (tweedehands) kleding, maar het heeft dezelfde trucjes die sociale media gebruiken om je aandacht vast te houden.

Daarom ben ik gestopt met het kopen en verkopen via Vinted. Gedeeltelijk uit principiële overwegingen, maar ook omdat het gewoon verschrikkelijk veel werk is, en het veel van mijn tijd opslok(te).

Ik houd van kleding. Ik houd van verschillende stoffen, die een verschillend gevoel kunnen geven. Echte zijde (geen satijn! dat is gewoon polyester!) dat net zo luxe aanvoelt, als het eruit ziet. Linnen voor in de zomer, toch luchtig, ondanks hitte. Wol voor in de winter: warm, maar ademend. En de ultieme wol; zo zacht als een warm dekentje om je heen: kasjmier. En de meest mooie combi die er is: kasjmier met een zijdedraad erdoor heen geweven. De ultieme zachtheid gecombineerd met een subtiele glans. Geluk kan in een vezel zitten.

Vinted heeft een goed werkend algoritme waarbij je dat te zien krijgt wat je mooi vindt. En het is eindeloos; nieuwe kledingstukken blijven tevoorschijn komen, het stopt niet. Je kunt een kledingstuk op favoriet zetten, en dan krijg je meldingen bij prijsverlagingen, of wanneer het verkocht is. Je kunt ook personen volgen, en dan kun je er snel bij zijn als zo’n persoon nieuwe kledingstukken erop zet.

En dat, het zal je niet verbazen, wakkerde mijn kooplust alleen maar meer aan. Plotseling zag ik allerlei mooie kledingstukken van favoriete merken voorbij komen voor een fractie van de oorspronkelijke prijs. Koop mij koop mij koop mij riepen ze naar me. En zo kocht ik allerlei kledingstukken die ik niet per se nodig had. En die puntje bij paaltje het toch allemaal nét niet waren wat ik zocht.

Een tijd lang praatte ik het voor mezelf goed, want Vinted is goed, omdat het tweedehands kopen en verkopen is. En ach, het kost allemaal niet zoveel.

Maar na wederom weer een miskoop te hebben gedaan, was de maat vol. Een stapel greywashed mom jeans in de kast hebben liggen, die stuk voor stuk het nét niet zijn, en ze daarom niet gedragen worden, maar oké, wel maar voor een tientje de stuk.

Uiteindelijk blijft het onderaan de streep kopen. Terwijl ik er eigenlijk van overtuigd ben dat mínder kopen het juiste is.

Na deze broek was de maat vol. Broek had op Urkerdag niet misstaan. Weer voor een zacht prijsje een miskoop gedaan.

Waar gaat de Urker taal naartoe?

Zit er nog een toekomst in de Urker taal? Met deze vraag is mijn schoonvader ruim een jaar geleden aan de slag gegaan, en heeft hierover een documentaire gemaakt.

Deze ging gister in première, en het is een heel mooi document geworden waarin verschillende mensen met diverse expertises en achtergronden iets vertellen over het belang van het levend houden van de Urker taal (of in een breder verband: streektalen). De documentaire wordt met Urkerdag op youtube gezet – voor de geïnteresseerden.

Raquel García Hermida van der Walle, Europarlementariër voor D66, was ook aanwezig om te vertellen waarom het van waarde en belang is om minderheidstalen te beschermen en een wettelijk positie te geven. (Bij de borrel na de tijd raakten we in gesprek en het was reuze interessant om te horen welke belangen er in Brussel allemaal spelen en hoe het spel gespeeld wordt).

Maar terug naar de Urker taal. Het klopt, het Urkers vernederlandst (mijn eigen kinderen zijn er een voorbeeld van), en het klopt ook dat een taal een stille dood sterft, als je er geen aandacht meer aan besteedt. Een taal is levend, en een taal die niet verandert, is een dode taal.

Als voorbeeld wordt telkens aangehaald dat typisch Urker woorden verdwijnen, en vervangen worden door een Nederlands equivalent. Met een Urker tintje dan; hoogstens klinkt de Urker tongval nog door het Nederlandse woord.

En hier komt ook een beetje mijn wrevel tevoorschijn rondom dit hele debat. We lijken niet verder te komen dan drie woorden die we als voorbeeld kunnen geven als typisch Urker woorden, die nu niet meer gebruikt worden. Ossebosse voor schommel, pinnevoegel voor vlinder en snaijacht voor sneeuw.

Dit hoorde ik terugkomen in de documentaire, dit hoor ik wanneer mijn kinderen een themaweek hebben over ‘Urk’ en dit hoor ik wanneer er een pleidooi wordt gegeven over het behoud van de Urker taal.

Momenteel is er geen gemeenschappelijk beleid voor de Urker taal. En dat is wel hard nodig. (Een eerste stap is in gezet trouwens.) Anders komen we in de toekomst niet verder dan strijd en behoud voor drie Urker woorden.

Een dag uit het leven van een docent

Een jongen gaf aan het eind van de les een meisje een lik over haar wang. Het gebeurde voor m’n ogen, en ik moest even twee keer knipperen met m’n ogen.

De bel ging bijna, ik haalde wat boekjes op, en de leerlingen waren bezig met hun spullen in te pakken. Terwijl ik een aantal boekjes op een stapeltje legde, stond een jongen bij een meisje, ze wisselden wat uit (snoepjes dacht ik) en plotseling boog de jongen zich naar het meisje toe, er zat een kleine aarzeling in zijn beweging, en hij ging met zijn tong van onder naar boven over haar wang. Hij draaide zich abrupt om, en liep weg.

Het meisje veegde met haar mouw het speeksel van haar wang, en ik vroeg, een beetje verbouwereerd, ‘wat gebeurt hier nou?’ En ‘vind je dit normaal dat hij dit doet?’ Het meisje zei niet zoveel, niet dat ze het oké vond, niet dat ze het vervelend vond. Hij deed dat wel vaker.

Oké, blijf maar even zitten als de bel zo gaat, dan praten we dit uit. Sneller dan het licht reist, bereikte dit feitje de jongen ook, en hij kwam naar me toe ‘moet ik nablijven, mevrouw?’ Ja, je geeft haar een slik over de wang, en daar wil ik het even over hebben.

Nadat ik met moeite één van de vriendinnetjes het lokaal uit kreeg, kon ik met deze twee brugklassers een goed gesprek voeren over consent.

Oké, zei ik tegen de jongen. Jij geeft een lik over haar wang. Waarom doe je dat? En jij, zei ik tegen het meisje, jij krijgt een lik over je wang, wat vind je daarvan?

Ja, maar, maar, wij zijn kalletjes!

Toen was ik even de draad kwijt. Verzinnen ze dit nu ter plekke? Of, wordt er tegenwoordig niet meer gezoend, maar likken ze elkaars wang? En daarbij, ik had nu zo vaak het woord likken in één zin gezegd, dat ik moeite moest doen om m’n gezicht in de plooi te houden.

Ik wilde m’n punt over consent toch even maken, dus ik legde uit wat het was, en dat beide partijen toestemming moeten geven voor handelingen. En, zo sloot ik af, houd er rekening mee dat een lik over de wang er een beetje gek uit kan zien als je dat in een klaslokaal doet.

Ja mevrouw, goed mevrouw, tot volgende week mevrouw.

Inzicht

Sinds een paar weken sta ik weer voor de klas, een vervanging tot de zomervakantie, en ik vind het niet leuk.

Ik ben heel blij dat niemand aan mij gevraagd heeft om weer les te gaan geven, en dat het me zelfs subtiel is afgeraden, want nu kan ik ook niemand verantwoordelijk houden, behalve mezelf. Maar het vuurtje is niet weer gaan branden, terwijl ik dat denk ik wel verwacht had.

Overigens is het precies zoals ik het verwachtte. Ik vind het goed dat ik dit doe, want anders zouden deze klassen weken geen Nederlands krijgen, omdat er geen vervanging zou zijn. Maar de leerlingen zelf hadden natuurlijk liever uitval gehad.

En wanneer je in de laatste weken van het schooljaar klassen overneemt, heb je te maken met een groep die al helemaal gevormd is (door de vorige docent). Er zijn ideeen, overtuigingen, patronen en gedragingen de groep ingeslopen die hardnekkig zijn. En als ik dan aan het einde van het jaar voor de groep kom met andere verwachtingen, dan botst dat.

Dat is allemaal niet erg, maar ik had op z’n minst verwacht dat ik het leuk zou vinden. Zoals ik het jarenlang leuk heb gevonden om les te geven. Maar gek genoeg lijkt er iets verdwenen te zijn, een soort gevoel van betekenis. Het is als de kost die ik dagelijks (oké, niet écht dagelijks) maak. Je kent de ingrediënten, je weet welke handelingen je moet uitvoeren, het smaakt ook prima, maar de bezieling mist. Ik denk dat mijn tijd in het onderwijs erop zit.

Ik moet zeggen dat het ook bevrijdend aanvoelt. Maar dan wordt het nu ook tijd om betere, échtere keuzes te maken.

Zinloos

Ik krijg amper reacties op m’n blogs, en dat is helemaal oke.

Wat ik in de afgelopen jaren wel ontdekt heb, nee, eigenlijk al sowieso wist, is dat stukjes schrijven niet te doen moet zijn om de reacties van anderen. Je moet woorden de wereld in slingeren omdat je dat zelf wilt. Dat neemt natuurlijk niet weg dat reacties leuk en welkom zijn, maar in de eerste instantie moet het daar niet om te doen zijn. (Anders houdt het geen stand).

Grappig genoeg moet ik elke keer best een aantal extra handelingen uitvoeren om de comments op m’n blogs open te zetten. Op de één of andere manier staat het automatisch gesloten, en moet ik vanuit de app naar de webversie van WordPress, en dan nog een drietal klikacties doen voordat de comments openstaan. En elke keer als ik dat doe, voelt het als compleet zinloos, want niemand comment toch. Maar toch doe ik het.

In een leven vol nut, schuilt er iets moois in zinloze handelingen.

Alles is niet leuk

We loeren online wat af naar elkaar. Ik vind daar van alles van, maar ik doe er ook aan mee.

Over één aspect van het online naar elkaar kijken en beoordelen moest ik denken in de afgelopen tijd: dat berichten die we delen worden beoordeeld met een ‘vind ik leuk’. Alles wat we van iets kunnen vinden, denken of voelen wordt gereduceerd tot ‘vind ik leuk’. Wat blijft er nog over van ons beoordelingsvermogen, als het alleen maar ‘vind ik leuk’ mag zijn.

Neem nou het nieuws over Freek van Susan en Freek en het bericht dat hij ongeneeslijk ziek is. Honderdduizenden likes. Dat is toch raar? Dat moet toch ook ongemakkelijk voelen? Iemand vertelt dat hij dood gaat, en je krijgt honderdduizenden likes op dat bericht. Dat is toch niet leuk?

In mijn eigen omgeving maakte ik dat ook mee. Iemand kreeg borstkanker en gaf updates via Instagram. Op akelige berichten met diagnoses en pijn en verdriet, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de post te liken. Want het is niet leuk.

Voor mij een reden om me te verhouden tot zoiets. Ik wilde wel mijn medeleven tonen, maar niet via een like.

Klassieke beginnersfout

Ik liet per ongeluk een zeer expliciete (gefilmde) bevalling aan een brugklas zien.

Sinds een paar weken geef ik weer wat lesjes Nederlands, en ik maakte een klassieke beginnersfout: niet helemaal precies weten wat voor filmpjes je toont aan de groep.

De les ging over vlogfamilies, en ter introductie daarop (het doel was leesvaardigheid), vond ik een fragment uit Lubach over vlogfamilies. Ik had de eerste paar minuten bekeken, en concludeerde dat het geschikt beeldmateriaal was voor een brugklas (iets hoger niveau, dus ik gokte erop dat ze de woordgrapjes er ook wel uit zouden halen).

Fragment duurde wel 14 minuten, en ergens halverwege zou ik het stopzetten, en doorgaan met de teksten.

En toen kwam daar in een fragment dat Lubach liet zien, een bevallende vrouw in beeld. Letterlijk bevallend op dat moment. Staand, naakt, schreeuwend, en de man filmend, en ondertussen met één hand het kind opvangend dat eruit viel.

Oeps.

Ik gauw het fragment stopzetten. Maar toen had ik frontaal een bevallende vrouw met een verwrongen gezichtsuitdrukking in beeld. Dat beeld wilde ik ook niet vereeuwigen voor die arme brugklassertjes. Lichtelijk paniekerig alle stekkers uit m’n laptop getrokken. Zwart beeld. Veilig.

En, alsof dit helemaal gepland was, voerde ik daarna een goed gesprek met de klas over expliciete content en privacy.

Oroppa op Urk

Ik lees momenteel Oroppa van Safae el Knannoussi. En elke keer als ik weer begin met lezen is het opnieuw een afspraak, een gebaar, een toezegging dat ik me openstel voor een andere cultuur. Andere namen, andere gebruiken en gewoontes, een andere achtergrond.

De plaats van handeling ken ik. Het is Amsterdam, en de straatnamen ken ik. Maar de levens, de manieren, de gewoontes, de keuzes, die komen me vreemd voor.

Dat vind ik intrigerend.

Dit fenomeen ervaar ik ook dichterbij. Wanneer ik rond het industrieterrein van Urk loop, dan loop ik door een gebied dat ik ken, een gebied dat voelt als het mijne. Maar de mensen, die over de fietspaden en de weg lopen, en de levens die ze leiden, die ken ik niet. Ze zien er anders uit, hun namen en taal zijn anders, hun gebruiken en gewoontes zijn niet herkenbaar.

Er is een web van mensen met levens dat ik ken, en er is een web van mensen met levens dat ik niet ken. En raken deze twee werelden elkaar ooit?

Flirt met een tradwive

Ik flirt met tradwives. Uiteraard niet met alle (sommigen zijn niet helemaal goed bij hun hoofd). Maar de filmpjes met mooie sfeerbeelden van lieve kindertjes, zelfgebakken brood, eigengemaakt wasmiddel en groente uit de moestuin maken me kalm en vredig en doen me verlangen naar een droomwereld van een overzichtelijk en mooi leven. Een tradwive vermarkt een ‘traditioneel leven’.

Niet iedereen flirt met tradwives. Bij sommigen roept het een agressiviteit op, die op z’n minst interessant te noemen is.

Neem nou Hanna Neeleman van Ballerinafarm. Zij wordt bestempeld als een ‘tradwive’. Ze heeft 8 kinderen met haar man, een ranch (farm), ze doen aan homeschooling, ze doet mee aan pageants, ze bakt brood en maakt boter, en filmt alles wat ze doet (doen). Voor het oog van duizenden mensen filmt ze haar bevalling: met een piepje en een zuchtje, en hoppa, weer is er een baby geboren. Even toedekken met een dekentje, en hup, de volgende dag weer in de benen, met een baby in de draagzak, want de koe moet gemolken worden. Ballerinafarm is mijn reality-tv.

Maar in alle commotie die er geregeld rondom Ballerinafarm is, alle meningen die over elkaar heen buitelen over wat het wel en niet is, en wat het wel en niet betekent en impliceert, en in welke traditie het wel en niet staat, bedacht ik me het volgende:

Als je in een bakkerij werkt, en je bakt brood van meel, water en gist, dan ben je een bakker. Dan heb je een baan en tel je mee.

Als je op een school of kinderdagverblijf werkt, dan onderwijs je kinderen en voedt ze op, dan ben je leerkracht of pedagogisch medewerker. Dan heb je een baan en tel je mee.

Maar, als je dat thuis doet voor je eigen kinderen, dan werk je niet?

Waarom wordt hetzelfde werk verschillend beoordeeld?

(Toen ik nog drie kinderen onder de 4 jaar had, en mijn zus ook, heb ik weleens geopperd om gastouder van elkaars kinderen te worden – we deden toch al 2x per dag koffie bij elkaar. In de kern zou er niets veranderen, alleen ik zou betaald krijgen voor het opvoeden van kinderen).

Er is van alles te vinden over ‘tradwives’, maar werk is werk, en dat zou op dezelfde manier gewaardeerd moeten worden.

Navigate