Aanstaande zondag doen we dankzegging in alle kerken die Urk rijk is. We willen onze dankbaarheid met de gemeente en de mensen om ons heen delen.
We kregen motorpech met ons zeilbootje, en daarvoor hadden we knrm gebeld om ons te helpen. Maar we willen ook graag onze dank betuigen aan iedereen aan de wal die met ons meegeleefd heeft. Degenen die het onverantwoordelijk vonden dat we het water opgingen; degenen die het onverantwoordelijk vonden dat we de boot van de stenen afhielden. Wat is het een zegen om al dat medeleven te ontvangen.
Het begon allemaal op een donderdagochtend. Het leek redelijk windstil (eigenlijk niet, maar we wilden gewoon gaan), en we hadden zin om eens te proberen te zeilen met ons zeilbootje. Na dagen bezig te zijn met de boot, werd het nu ook weleens tijd om daadwerkelijk datgene te doen waar de boot voor is: zeilen.
Maar goed, lang verhaal kort: we verdaagden in een auto terug, nat, met de staart tussen de benen. Onze zeilboot was vakkundig door de knrm in ons vak gemanoeuvreerd. Wel vreselijk gelachen.
We wilden alleen even proberen om de jachthaven uit te varen, op het motortje, dan de zeilen hijsen, stukje zeilen, en dan weer omkeren en terug de haven in. We vonden dit als een goed en simpel plan klinken, maar tussen theorie en praktijk kan een verschil zitten. Vooral als je onervaren bent, kunnen de zaken simpel lijken, en onvoorziene omstandigheden doemen op.
Ten eerste waaide het te hard. Ik probeerde koers tegen de wind te houden met het roer en motor, maar moest me ondertussen ook met één hand aan iets vasthouden, want anders zou ik zo overboord glijden. Dat op koers houden lukte matig tot redelijk. Geert zou ondertussen de zeilen hijsen, maar dat lukte niet, ze bleven ‘steken’ halverwege, en we snapten niet waardoor dat kwam.
Er was dus veel golfslag, en de stemming in de zeilboot was ondertussen tot onder het vriespunt gedaald.
Onverrichter zaken lieten we de zeilen weer zakken, en startten de motor om terug te varen naar de haven.
We hadden eigenlijk niet verbaasd moeten zijn dat we motorpech kregen. Al twee jaar op rij hebben we autopech, en om die reden zijn we dit jaar met het vliegtuig met vakantie geweest. We hadden dus nog een ‘motorpechgeval’ tegoed. En dat kregen we: een warmlopertje, op het water.
Met zeilen wisten we al niet zo precies wat we moesten doen, en nu met motorpech al helemaal niet. (Als je een goede zeiler bent, kun je natuurlijk terugzeilen, maar dat was voor ons nog niet weggelegd). We hadden een peddeltje van playmobilformaat aan boord liggen, dus voor de show probeerde ik nog wat te peddelen, om zo te voorkomen dat we in de stenen zouden belanden (daar dreven we naartoe).
En toen was daar het moment wat al die tijd mij het vreselijkst zou lijken: het water inspringen; een nat pak krijgen. Maar zo geschiedde, we sprongen het water in om de boot van de stenen af te houden, om schade te voorkomen. En daar stonden we dan. Ik kreeg de slappe lach, terwijl Geert de knrm belde. Terwijl we daar op wachtten, werd Geert al gebeld met de vraag of alles goed ging daar op het water.
Boot werd weggesleept, wij ook, en met een illusie armer, maar een ervaring rijker, gingen we naar huis.
We doen tevens ook voorbede komende zondag, want we gaan binnenkort weer proberen te zeilen.