Beugelbekkie

Ik heb sinds vorige week een beugel. Zo’n onzichtbare: aligners. En het is me nogal wat. Met deze beugel moet je ongeveer aan 22 uur draagtijd per dag komen, wat in mijn geval betekent dat ik veel minder vaak kan eten en drinken dan ik normaal gesproken doe (deed!) . Die 22 is met benadering te nemen, maar goed, ik heb wel degelijk mijn eet- en drinkritme aan moeten passen. 

Normaal begin ik ’s ochtends met een half uur koffiedrinken, ontbijtje klaarmaken, kinderen en mezelf de deur uitwerken, en daarna eet ik rustig mijn ontbijt op, vaak weer met koffie. Dan halverwege de ochtend drink ik weer koffie. Daarna middageten, dan rond 16.00u weer koffie, dan avondeten, en vaak ’s avonds nog wat te knagen. Met dit ritme zou ik dus nooit aan 22 uur komen. 

Afgelopen week heb ik dus strikt drie eet- en drinkmomenten aangehouden, zelfs getimed, telkens met stokeren en tandenpoetsen nadien, (omdat ik niet het risico wil lopen dat mijn aligners verkleuren door het residu van eten en koffie). Het is me nogal wat. Tel daarop de gevoelige tanden, blaren en wondjes in kaak, wang en tong, en het was me een weekje wel. Gelukkig heb ik veel mensen in mijn omgeving die de afgelopen jaren ook aligners hebben gehad, en weet ik ondertussen dat het in- en uitdoen, de eet- en drinkmomenten, en de gevoeligheid en spanning in de mond wel went. 

Ik zal jullie overigens de hysterische foto’s besparen waarbij ik onnatuurlijk breeduit lach, en dan de voor en na van het beugelproces laat zien. 

Een paar jaar geleden las ik het boek Veranderen: de methode van Edouard Louis. Edouard schrijft in zijn boeken over zijn afkomst, zijn ouders, en vooral over het opklimmen van het ene sociale milieu naar het andere, en daar onverbiddelijk in zijn. In de podcast Boekenfm werd ook wel gezegd dat hij vooral een klasse beschrijft, en dan niet een benijdenswaardige klasse, maar een klasse aan de onderkant van de samenleving. Achtergesteld en achtergebleven. 

Edouard beschrijft op nauwkeurige wijze hoe hij uit zijn klasse probeert te ontsnappen en voet aan de grond probeert te krijgen in de Parijse elite. Wat me vooral zo bij is gebleven uit dit opklimmen van het ene naar het andere milieu, was het inzicht bij hem dat het niet voldoende was om netjes te leren eten, de juiste kleren te dragen, om accentloos te spreken, of te kunnen converseren over kunst, literatuur en wetenschap. Om echt te assimileren moest hij verder gaan. Hij lachte te hard, dat moest bijvoorbeeld verfijnder. Hij moest transformeren. Op een bepaald moment wordt hij zich gewaar van zijn gebit. Dat staat schots en scheef. En zo constateert Edouard, zijn gebit moet gereconstrueerd worden.. Maar zoiets kost natuurlijk een berg geld, geld dat hij niet heeft. Maar hij is nietsontziend in zijn streven naar ‘erbij horen’ horen, dat hij uiteindelijk zijn lichamelijke diensten aanbiedt aan een heer van stand om zo zijn gebitsreconstructie te kunnen betalen. 

Zo ver als Edouard ben ik overigens niet gegaan voor een mooier gebit. Maar het is me wel bij gebleven hoezeer een mooi recht gebit een vorm van stille luxe is.

Leave A Reply

Navigate