Divers

Toch nog competent

Er was een tijd dat ik me incompetent voelde. Dat gevoel komt in vlagen; soms is het er, en dan verdwijnt het ook weer. Natuurlijk, ik kan heus wel dingen, maar ik kan geen lamp aansluiten, of een wasmachine repareren, en ik snap al helemaal niks van elektriciteit.

Maar ik heb afgelopen jaar toch wel echt geprobeerd iets met dat gevoel te doen. En alhoewel ik maar een paar voorbeelden kan bedenken van vaardigheden die ik ontwikkeld heb: iets is toch beter dan niets. Ik kan nu een beetje zeilen, en ik kan de sproeiers in de tuin handmatig aanzetten. Per zone zelfs, en ingesteld op tijd. Ik weet hoe ik vuur moet maken; ik heb de muren in huis geverfd en heb eens een hoogslaper in elkaar gezet (met hulp, dat wel).

Toch bleef er een latent gevoel van incompetentie aanwezig. Soms kun je de grote dingen des levens niet aan, en soms kunnen futiele zaken je een incompetent gevoel geven.

Het lukte me maar niet om goede korte broeken te kopen. En inderdaad, hoe moeilijk kan dat zijn, hoor ik je denken.

Nou moeilijk. Ik ken m’n lichaam goed: ik weet wat me staat, en wat niet. En toch kocht ik de ene miskoop na de andere. Te kleine maat, te grote maat, te strak, te slop, te doorschijnend, te kinderachtig, te bejaard. Dan had ik er weer chloorvlekken op, dan sprong de knoop eraf. Er kan veel mis zijn aan een korte broek.

Tot deze zomer. Ik kocht er drie tegelijk, goedkoop, bij een fastfashionketen. En alledrie waren ze precies wat ik altijd al zocht in een korte broek. Neutrale kleuren, high waist, bandplooien, riemlussen, elastiek in de rug, broekzakken, katoen en elastaan, wide leg.

Het is gewoon ongelofelijk. Ongelooflijk competent gevoel heb ik nu.

Zeilen #2: Zeilles aangeboden gekregen

Na ons eerste (solo) zeildebacle moesten we toch weer de moed vinden om opnieuw het water op te gaan. Maar, bij zeilen draait alles om vooruit plannen, dus we hadden nu Klaas Post op speed dial staan, mocht het weer misgaan. 1x het Urkerland halen is wel genoeg.

Na een dag of wat na het knrm-incident vonden we dat het nodig was om weer opnieuw te moeten gaan zeilen. Anders zouden we nooit meer gaan. Veel beter dan de eerste keer keken we nu naar de windkracht. En ons plan was nu: haven uitvaren, boot voor anker, zeilen op, zeilen neer, anker ophalen, en weer terug.

Dit deden we terwijl de hele zeilvereniging in ‘ut ukkien’ zat, en met veel belangstelling volgde wat we deden. (‘Ze zitten weer te knaken,’ was de samenvatting geloof ik.)

We kwamen terug de jachthaven in, (nog steeds niet gezeild), maar blij met de babystapjes die we gemaakt hadden. Iemand van de zeilvereniging kom het denk ik niet langer aanzien dat we nog steeds niet gezeild hadden, en bood ons zeilles aan. Halleluja.

Zeilen #1: Dankzegging en voorbede

Aanstaande zondag doen we dankzegging in alle kerken die Urk rijk is. We willen onze dankbaarheid met de gemeente en de mensen om ons heen delen.

We kregen motorpech met ons zeilbootje, en daarvoor hadden we knrm gebeld om ons te helpen. Maar we willen ook graag onze dank betuigen aan iedereen aan de wal die met ons meegeleefd heeft. Degenen die het onverantwoordelijk vonden dat we het water opgingen; degenen die het onverantwoordelijk vonden dat we de boot van de stenen afhielden. Wat is het een zegen om al dat medeleven te ontvangen.

Het begon allemaal op een donderdagochtend. Het leek redelijk windstil (eigenlijk niet, maar we wilden gewoon gaan), en we hadden zin om eens te proberen te zeilen met ons zeilbootje. Na dagen bezig te zijn met de boot, werd het nu ook weleens tijd om daadwerkelijk datgene te doen waar de boot voor is: zeilen.

Maar goed, lang verhaal kort: we verdaagden in een auto terug, nat, met de staart tussen de benen. Onze zeilboot was vakkundig door de knrm in ons vak gemanoeuvreerd. Wel vreselijk gelachen.

We wilden alleen even proberen om de jachthaven uit te varen, op het motortje, dan de zeilen hijsen, stukje zeilen, en dan weer omkeren en terug de haven in. We vonden dit als een goed en simpel plan klinken, maar tussen theorie en praktijk kan een verschil zitten. Vooral als je onervaren bent, kunnen de zaken simpel lijken, en onvoorziene omstandigheden doemen op.

Ten eerste waaide het te hard. Ik probeerde koers tegen de wind te houden met het roer en motor, maar moest me ondertussen ook met één hand aan iets vasthouden, want anders zou ik zo overboord glijden. Dat op koers houden lukte matig tot redelijk. Geert zou ondertussen de zeilen hijsen, maar dat lukte niet, ze bleven ‘steken’ halverwege, en we snapten niet waardoor dat kwam.

Er was dus veel golfslag, en de stemming in de zeilboot was ondertussen tot onder het vriespunt gedaald.

Onverrichter zaken lieten we de zeilen weer zakken, en startten de motor om terug te varen naar de haven.

We hadden eigenlijk niet verbaasd moeten zijn dat we motorpech kregen. Al twee jaar op rij hebben we autopech, en om die reden zijn we dit jaar met het vliegtuig met vakantie geweest. We hadden dus nog een ‘motorpechgeval’ tegoed. En dat kregen we: een warmlopertje, op het water.

Met zeilen wisten we al niet zo precies wat we moesten doen, en nu met motorpech al helemaal niet. (Als je een goede zeiler bent, kun je natuurlijk terugzeilen, maar dat was voor ons nog niet weggelegd). We hadden een peddeltje van playmobilformaat aan boord liggen, dus voor de show probeerde ik nog wat te peddelen, om zo te voorkomen dat we in de stenen zouden belanden (daar dreven we naartoe).

En toen was daar het moment wat al die tijd mij het vreselijkst zou lijken: het water inspringen; een nat pak krijgen. Maar zo geschiedde, we sprongen het water in om de boot van de stenen af te houden, om schade te voorkomen. En daar stonden we dan. Ik kreeg de slappe lach, terwijl Geert de knrm belde. Terwijl we daar op wachtten, werd Geert al gebeld met de vraag of alles goed ging daar op het water.

Boot werd weggesleept, wij ook, en met een illusie armer, maar een ervaring rijker, gingen we naar huis.

We doen tevens ook voorbede komende zondag, want we gaan binnenkort weer proberen te zeilen.

De zeilen hijsen

We hebben een zeilboot(je) gekocht. Ons zomerproject.

Aangezien ik de vraag kreeg of ik ongecensureerde belevenissen wilde delen, en niet de mooiweerpraatjes (en -plaatjes), bedacht ik het volgende: op insta komen de genietmometjes, de strakke zeilen, de blauwe lucht, spelende en kirrende kindertjes, de wijnproosten, en de mooie uitzichten.

Hier op deze blog komen de echte verhalen.

We hadden eerst een houten zeilboot, uit 1936, een zogenaamde Draak bezichtigd. Er was een klein kajuitje aanwezig. Met nog meer mooie (trieste) verhalen erbij, over een man die z’n zeilboot moest verkopen, nadat hij er jarenlang met z’n gezin mooie tochten op had gemaakt. Maar met dat de kinderen het huis uitgingen, ging z’n vrouw daar ook achteraan. Grote woonboerderij kwijt, zeilboot kwijt, oldtimers kwijt. En een appartementje in Den Bosch ervoor terug. Alleen om de verhalen al, wilden we de boot wel kopen.

Maar een beginnersduo moet niet met een houten boot van 12 meter beginnen. Dus hadden we deze zeilboot afgezegd.

We gingen verder kijken op marktplaats en vonden een leuk BM’tje: een open zeilbootje, zonder kajuit, formaat boterkuipje. Iets meer geschikt voor ons.

Geert onderhandelde wat over de prijs, belde zelfs met het rdw om te vragen of hij zonder E achter B wel met de trailer mocht rijden (want ja, hij rijdt voorwaardelijk, en werd dit gesprek ook opgenomen?). Alle seinen op groen, en op de prijs werd akkoord gegeven.

Maar, zei ik tegen Geert, hebben we nu een zeilboot gekocht terwijl we ‘m nog niet bekeken hebben?

Oja.

Wordt vervolgd.

De zeilen hijsen

We hebben een zeilboot(je) gekocht. Ons zomerproject.

Aangezien ik de vraag kreeg of ik ongecensureerde belevenissen wilde delen, en niet de mooiweerpraatjes (en -plaatjes), bedacht ik het volgende: op insta komen de genietmometjes, de strakke zeilen, de blauwe lucht, spelende en kirrende kindertjes, de wijnproosten, en de mooie uitzichten.

Hier op deze blog komen de echte verhalen.

We hadden eerst een houten zeilboot, uit 1936, een zogenaamde Draak bezichtigd. Er was een klein kajuitje aanwezig. Met nog meer mooie (trieste) verhalen erbij, over een man die z’n zeilboot moest verkopen, nadat hij er jarenlang met z’n gezin mooie tochten op had gemaakt. Maar met dat de kinderen het huis uitgingen, ging z’n vrouw daar ook achteraan. Grote woonboerderij kwijt, zeilboot kwijt, oldtimers kwijt. En een appartementje in Den Bosch ervoor terug. Alleen om de verhalen al, wilden we de boot wel kopen.

Maar een beginnersduo moet niet met een houten boot van 12 meter beginnen. Dus hadden we deze zeilboot afgezegd.

We gingen verder kijken op marktplaats en vonden een leuk BM’tje: een open zeilbootje, zonder kajuit, formaat boterkuipje. Iets meer geschikt voor ons.

Geert onderhandelde wat over de prijs, belde zelfs met het rdw om te vragen of hij zonder E achter B wel met de trailer mocht rijden (want ja, hij rijdt voorwaardelijk, en werd dit gesprek ook opgenomen, voor bewijs als hij toch van de weg werd gehaald?). Alle seinen op groen, en op de prijs werd akkoord gegeven.

Maar, zei ik tegen Geert, hebben we nu een zeilboot gekocht, terwijl we ‘m nog niet bekeken hebben?

Oja.

Wordt vervolgd.

Bijna vakantie!

Een tijdje terug wilde ik een stukje schrijven over de cijfers van seksuele intimidatie bij vrouwen en mannen. En hoe scheef die verhouding is (als in: vrouwen krijgen in hun leven significant meer te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag dan mannen).

Er was ergens een incidentje waar ik wat over hoorde, maar hoe er later in de appgroep op gereageerd werd, vooral door mannen, zette me aan het denken. Dat wat voor mannen grappig of lollig kan zijn, kan voor vrouwen heel anders zijn. De kans dat iets wat ‘grappig’ begint, uitloopt op een onveilige situatie, is voor vrouwen groter dan voor mannen. Daar wilde ik wat over schrijven.

En toen werd ik zelf lijdend voorwerp. Ik kwam erachter dat er een in elkaar geknutselde foto van mij rondging onder leerlingen. Zo eentje die niet bepaald vleiend is bedoeld. (En achteraf bleek dat iets te zijn wat zich vooral vorig jaar afspeelde).

Het heeft me uiteindelijk wat inzichten opgeleverd over ‘victim blaming.’ Dat anderen je de schuld gaan geven van iets wat je overkomen is, is op geen enkele wijze oké. Dat is (denk ik?) iets waar we allemaal wel van doordrongen zijn. Maar ik merkte bij mezelf ook een soort van victim blaming op.

De foto die over mij in elkaar gefotoshopt was, was geïnspireerd op een foto van mij die op internet staat, die ik zelf hier eens op mijn blog heb geplaatst. Dus tja. Eén plus één is twee?

Ik voelde me dom, een sukkel, naïef. En ik had geen zin meer in schrijven op mijn blog. Ik voelde me een tijdje onveilig terwijl ik op school rondliep, vond het niet meer leuk om contact te hebben met leerlingen. Ik kon niet op één iemand boos zijn, dus was ik boos op iedereen. Ik vond het gênant om erover te praten, en tegelijkertijd vroeg ik me af of ik er niet wat meer tegen moest vechten. (Overigens alleen maar lof en eer voor hoe mijn leidinggevende dit heeft opgepakt).

Het ebde weg. De vakantie staat voor de deur. En ik ben weer terug.

De gestorvene

Zeven maal om de aarde te gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zevenmaal om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde te gaan.

Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan – 
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

Ida Gerhardt, uit: De Slechtvalk (1966)

Straatje schoonvegen

Ik ben altijd groot fan geweest van De wereld draait door. Zelfs m’n eerste bevalling gaat samen met een herinnering aan de De wereld draait door, want die kwam op gang terwijl ik een frikandel speciaal at én naar DWDD keek. Het was een soort ankerpunt; een markering van het begin van de avond. Het meest gelukzalig waren dan ook de momenten waarop de kinderen in bed lagen; het huis opgeruimd was, en ik weer een dag tot een goed einde had gebracht. Om 19.00u naar DWDD kijken was het begin van mìjn avond – een volwassen avond.

Dus dat DWDD gecanceld werd een paar jaar geleden, leverde bij mij dan ook ambivalente gevoelens op. Moest ik Matthijs van Nieuwkerk nou wel of niet haten? Met wie moest ik solidair zijn? Met het eindresultaat (mooi programma) of met het proces (verschrikkelijke werkcultuur)? Ik heb nooit een keuze gemaakt. Alhoewel ik niet van horken houd.

Groot was m’n vreugde dan ook toen ik de substack van Dieuwke Wynia Je mist meer dan je ziet ontdekte waar ze schrijft over haar tijd als hoofdredacteur bij DWDD. In haar blogs schrijft ze over een tijdperk uit de Nederlandse media en haar eigen ervaringen en daarmee wil ze een bijdrage leveren aan een breder maatschappelijk debat over werkculturen in de media. ‘Ik spaar niemand, en zeker mezelf niet.’

Dat laatste woordje ‘niet’ uit haar zin had beter vervangen kunnen worden door ‘wel.’

Wynia beschrijft uitgebreid vanuit haar perspectief hoe het werken bij DWDD was. Hoe de werkdruk was (vooral voor haar), hoe de top van de NPO niet adequaat acteerde op haar mails, en hoe ze alleen ‘de hengst moest mennen.’ En ja, misschien schoot ze ook weleens uit haar slof. Maar ja, elke avond moest er wel weer een uitzending zijn.

Nergens lijkt Wynia écht de diepte in te gaan over de werkcultuur bij DWDD en haar rol daarin. En dat is zo’n gemiste kans. Als je daadwerkelijk de kant van je werknemers serieus wilt nemen, hoe moeilijk is het dan om te erkennen dat je fouten hebt gemaakt en dingen verkeerd hebt aangepakt (ondanks goede intenties). Nu komen al deze blogs over als eigen straatje schoonvegen en vooral wijzen naar en ander, in plaats van hand in eigen boezem steken.

Show, don’t tell.

Ik had een ontroerende boekpresentatie over Lied van de profeet voorbereid voor mijn brugklassen en tweede klas, maar zij waren niet zo ontroerd als ik.

Ik neem tijdelijk een paar klassen over en ik geef de helft minder lesuren dan normaal gesproken. De leerlingen moeten een presentatie over een boek geven, maar ik heb in de lessen geen tijd om dat uitgebreid met ze voor te bereiden. Dus ik zat er wel een beetje mee, hoe zorg ik ervoor dat ze toch goed voorbereid zijn, als ik niet tijdens de lessen zo’n presentatie kan begeleiden. (En: ik kan het wel vertellen, maar geloof me, dat gaat het ene oor in, en het andere uit). (En: als er iets is waar ik me de afgelopen weken enorm over verbaas, is hoe weinig aandacht er is voor wat ik vertel).

Een collega kwam met een heel goede tip: doe het voor. Geef zelf een presentatie over een boek, zodat leerlingen een voorbeeld zien van hoe het moet. Het idee van ‘show, don’t tell. Briljant, en dat ik daar zelf niet op gekomen was.

Dus, wekker vanochtend om 05.30u gezet, en vol overgave ging ik aan de slag met een boekpresentatie over Lied van de profeet. Alsof ik zelf weer transformeerde tot een ijverige brugklasser, zoveel schik had ik in het maken van deze boekpresentatie. Ik wilde niet teveel clickbaitachtige details erin verwerken, maar toch, haast had ik foto van het dode aangespoelde Syrische jongetje erin gezet, wat de aanleiding van Paul Lynch is geweest om dit verhaal te schrijven. (Ik heb er wel over verteld. Plus ze bang gemaakt over wat er gebeurt als hier oorlog uitbreekt en je geen geld, benzine en elektriciteit meer hebt.)

In mijn hoofd heb ik dat gedaan. De werkelijkheid was dat ik met veel dreigen, waarschuwen en uitsturen de aandacht bij mijn boekpresentatie moest afdwingen. Een paar sliepen, een paar probeerden stiekem roblox op hun laptop te spelen, en een paar zaten naar elkaar te seinen en verliefde gebaren te maken. En oké, ik begrijp het. Deze leerlingen hebben niet zoveel interesse in verhalen die ver van zich af staan; deze leerlingen hebben vooral interesse in elkaar. Maar toch, m’n hartjen kreette.

Uiteindelijk was er één leerling die in het voorbijgaan zei toen de bel ging, u hebt een mooie presentatie over uw boek gegeven, mevrouw.

M’n hartjen kreette opnieuw.

Navigate