Vreemde ontwikkelingen

Er is iets vreemds aan de hand. Ik ben vanochtend uit geheel eigen beweging een rondje gaan hardlopen met mijn buurvrouw, één van de betere (beste?) hardloopsters uit Urk. Nouja, het was niet echt hardlopen, maar dribbelen, zoals mijn buurvrouw het liefkozend noemde.

Maar goed, ik had gevraagd of zij eens een rondje met me wilde rennen om me tips te geven wat betreft techniek. Waarom? Ja, dat vraag ik mezelf ook nog steeds af. Ik vind hardlopen echt niet leuk. Ik vind er niks aan. En ik wil er ook niks mee. Toch heb ik mezelf ten doel gesteld in de zomervakantie elke dag een kilometer of twee / drie te rennen, en tot nog toe doe ik dat elke dag braaf.

Er schuilt iets leuks in iets doen wat je niet leuk vindt. Iets waar je moeite voor moet doen; iets wat niet vanzelf gaat….

Alhoewel het ook te maken kan hebben met foto’s en filmpjes die ik van mezelf terugzag toen ik in april meedeed aan de 12-dorpenloop. Als een soort gebochelde Quasimodo zwoegde, ploeterde en sleepte ik mezelf voort om binnen de tijd een afstand van 4,6 km te halen. Wat was dat een kwelling. Nóg hoor ik de stem van mijn collega Annemarie vanuit de auto: ‘Hoofd omhoog, Aaltine, hoofd omhoog!’ En wat voor mijn gevoel een eindsprint was, was niet meer dan strompelen en wild maaien met mijn armen om vooruit te komen, getuige een filmpje dat ik later zag.

Ja, ik denk dat deze verklaring dichter de waarheid benadert waarom ik (technisch) acceptabel een paar kilometer wil kunnen rennen. Volgend jaar ga ik zeer zeker niet meedoen met de 12-dorpenloop. Maar mocht ik mezelf ooit nog eens rennend terugzien op beeld, dan liever als een lichtvoetige hinde die over de weg zweeft, dan een stampende Quasimodo.

Leave A Reply

Navigate