Aaltine Hoekstra

10 Posts Back Home

Behangen

Ik had vroeger een buurvrouw, voor wie ik uitermate bewondering had. Zo’n oermoeder de vrouw. Geen werk buitenshuis, maar altijd bezig. Kinderen ook keurig in het gelid. Iedereen had klusjes, ‘‘s ochtends bij het opstaan werd de tafel ‘aangezet’ door de oudste twee jongens. Elke dag de vloer dweilen, en het leven ten volle omarmen. Denk ik dan allemaal hè. Toen haar kinderen wat ouder werden, ging ze behangen, als werkje erbij. Oja, ze haalde ook haar jachtbrevet, en ging jagen op wild.

Afgelopen maandag bij de nieuwjaarsreceptie van de gemeente, sprak ik onze bestuurder van het EC en BC, en zij vertelde over Staphorster dames die ze altijd vroeg om te behangen. Dat konden zij heel goed.

Vanmiddag was er iemand bij mijn zusje boven aan het behangen, en eenmaal klaar loopt er een vrouw naar beneden.

Hoezo zijn alle behangers vrouwen?

De geschiedenis herhaalt zich

‘Als je straks van de trap valt,’ (misschien werd zelfs wel het woord ‘lazert’ gebruikt), ‘dan vlieg ik niet met je naar een ziekenhuis.’ Dit werd me toegeroepen toen ik als een ware acrobate kunstjes op en aan de trap deed. Als kind dan hè.

Hoogst verontwaardigd was ik. Hoezo roep je dat als liefhebbende ouder naar je kinderen? Je wilt toch niet dat je kinderen zich bezeren? En als ze vallen, dan troost je toch? Best onaardig, om op voorhand al te denken dat het misgaat.

Fast forward, 25 jaar later, op een woensdagmiddag. Nadat ik de jongens al drie keer halfslachtig naar buiten toe heb proberen te krijgen, zijn ze ergens halverwege blijven hangen, in de speel-/waskamer.

Ik zie iemand gevaarlijk in de raampost staan, klaar om een sprong naar beneden te maken.

En ik roep precies hetzelfde, als 25 jaar geleden mij werd toegeroepen. En eventjes begrijp ik mijn moeder weer een beetje beter.

Puberpareltje

Een knap staaltje puberparadoxale logica gehoord bij de kluisjes.

Meisje 1 tegen meisje 2:

‘Ja, kijk. Ik wil dat hij naar me lacht. Maar tegelijkertijd wil ik niet dat hij naar me lacht.

‘Kijk (met een klein kreuntje in haar stem), stel dat hij hier nu staat, en hij lacht naar me, dan wil ik dat het niet gebeurt. Maar, als hij niet zou lachen, dan zou ik willen dat het wel gebeurt.’

‘Snap je?’

‘Hm, ja,’ mompelt meisje 2.

Het schaarse licht

Ik had afgelopen week Het schaarse licht van Nino Haratischwili klaarliggen om gelezen te worden. Alleen ik was een beetje huiverig om er aan te beginnen. Want, zou het me op dezelfde manier grijpen als Het achtste leven of zou het tegenvallen?

M’n verwachtingen waren hooggespannen, maar vooralsnog valt het niet tegen. Op dezelfde manier als in het Het achtste leven weet Haratischwili personages, levens en tijdperken tot leven te roepen.

Ik houd nu al van Baboesjka 1 en Baboesjka 2 die elkaar de hele tijd de loef proberen af te steken en anderen voor zich proberen te winnen. En de ene vernuftige oneliner over de pracht van de Duitse taal doet niet onder voor de andere poëtische oneliner over de schoonheid van de Franse taal.

O, zo te kunnen schrijven. Dat is toch wel echt kunst.

Het waarom van iets (niet) doen

Toen ik op de middelbare school zat, haalde ik altijd slechte cijfers voor Engels. Op een bepaald punt dacht ik, als ik nu eens een periode lang m’n huiswerk maak, wie weet scoor ik dan een hoog cijfer voor de toets. Heel gemotiveerd deed ik dat, en daardoor wist ik opeens tijdens de lessen ook waar het over ging. (Een geheel nieuwe ervaring was dat). En, ik weet het nog goed, voor de toets haalde ik een 8,7.

Wat ik dacht: aha, als ik dus m’n huiswerk maak, dan kan ik het wel. Daarna stopte ik weer met huiswerk maken, en de slechte cijfers voor Engels kwamen weer terug.

Een aantal jaar geleden was ik veel bezig met voeding. En minder vlees eten is iets waarvan ik weet dat het beter voor milieu, mens en dier is, maar wat ik (nog) niet doe. Dus ik daagde mezelf uit om een week lang geen vlees te eten. En dat bleek me geen moeite te kosten. Maar toch na die week ging ik weer terug naar m’n oude patroon en gewoontes.

Vanwaar deze lange aanloop met voorbeelden? Dat de grond van je motivatie heel belangrijk blijkt te zijn voor het veranderen of volhouden van iets. Je moet voor jezelf heel goed weten waarom je iets doet. Anders is iets volhouden of veranderen moeilijk.

Neem deze blog. Ik ben begonnen met het schrijven van een dagelijks stukje om te kijken wat het me zou brengen. Als een soort pilot voor mezelf. Zou ik beter worden in schrijven? Zou ik een thema vinden om over te schrijven? Zou ik iets over mezelf leren?

Op een bepaald punt werd de frequentie van schrijven minder, omdat ik de vraag ‘waarom doe ik dit eigenlijk’ niet goed kan beantwoorden. Er gebeurt niet echt iets. Wel schrijven, niet schrijven, in feite maakt het niets uit.

Toch heb ik het wel weer opgepakt. Waarom? Omdat het toch elke keer wel weer een uitdaging is om elke dag even te gaan zitten, en iets te schrijven. Al is het maar om tegenwicht te bieden aan ‘dom’ social media consumeren (En heel praktisch ook: ik had nu vakantie, en dan heb ik meer tijd voor m’n eigen hoofd en gedachtes.)

En nu nog minder vlees eten.

Met Vintedvakantie

Morgen loopt m’n vintedavontuur ten einde; dan ga ik met vintedvakantie. Ik heb ongeveer de helft van m’n kleding verkocht, en op een gegeven moment ging ik ook Geert z’n kleding online zetten. Ik werd een beetje door het verkoopvirus gegrepen.

Een echte salestijger of een commercieel talent zal ik overigens nooit worden. En dat heeft te maken met de winkel waar ik m’n dhl-pakketten aflever en/of ophaal.

Alleen mijn vader noemt me Aaltje (mijn officiële naam, waar ik verder niet mee communiceer). Dus als iemand mij Aaltje noemt, dan voelt dat intiem.

Dat de eigenaar van de winkel waar ik mijn dhl-pakketjes inlever mij op een gegeven moment ‘Aaltje’ noemde, vond ik op z’n zachts gezegd opmerkelijk.

Het punt is dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om alleen maar gebruik te maken van een service (inlever- en ophaalpunt van pakketten), terwijl ik dan niet bijdraag aan de ‘core business’ van de winkel. Bloemen in dit geval. Het is zoiets als naar de wc gaan in een restaurant, maar er niets eten en/of drinken.

Dus elke keer als ik nu een pakketje ophaal of aflever dan haal ik ook bloemen of planten bij degene die mij Aaltje noemt. Die paar euro die ik krijg voor een trui die ik verkoop, geef ik helaas al x3 uit aan bloemen, geurzakjes, planten of kaarsen.

De volgende keer breng ik mijn kleren maar gewoon naar het Ethiopiëwinkeltje.

Boekenclub

Ik daalde met Adaja de trappen van de Bubbelz af, en we troffen daar Albert en Jojanneke, die net bij de Boet gegeten hadden, en we gingen het hebben over het idee om een boekenclub te starten.

Ik denk nog wel vaak terug aan dat moment, over hoe bijzonder het eigenlijk is dat er precies op het goede moment iets in gang wordt gezet, en hoe er zo mensen in je leven komen, en hoe dat iets van waarde blijkt te zijn.

Eén van de founding fathers van de boekenclub was nogal stellig over wie er wel en niet bij mochten, en ik dacht nog, nou poe poe.

Maar kennelijk met een vooruitziende blik, want wat is het een rijke club persoonlijkheden bij elkaar. Serieuze lezers, niet-lezers, af-en-toe-lezers: het maakt niet zoveel uit, want op de boekenclubavond wil iedereen er volgens mij graag bij zijn, niet per se om het boek (voor de serieuze lezers natuurlijk wel), maar vooral om elkaar.

Ik heb er vriend(inn)en bij gekregen, deze blog ben ik begonnen in navolging van, ik heb er nóg een nieuwe club (mensen en kunst) bij gekregen. Dus als de liefde voor lezen dít allemaal teweeg kan brengen, dan hoop ik de komende jaren nog heel veel mooie boeken te mogen lezen.

Een bijdrage aan de circulaire economie

Vorige week had ik een schoonmaakmanie, vandaag een (kleding) opruimmanie. Het momentum moet je grijpen.

Het begon met een prachtige blazer die ik al een tijdje op Vinted op het oog had. Maar bedacht ik, een kledingstuk erin, een kledingstuk eruit.

Het punt met Vinted is (of in het algemeen: met kleren online verkopen), het kost zoveel tijd.

Je besluit iets te verkopen. Hangt het aan een hangertje op een gunstige plek. Je maakt een foto. Kak, m’n spiegel is vies. Spiegel schoonmaken. Wat een kreukels! Eerst maar even strijken. Nog een foto. Meh, komt ook niet echt tot z’n recht zo. Even aantrekken. Foei, wat een kromme houding. Foto. Schouders naar achter. Foto. Wat een rimpels in m’n gezicht. Foto. M’n haar hangt gek. Foto. Waar laat ik m’n handen? Foto. Mhaw, met deze schoenen eronder staat het ook niet. Andere schoenen aan. Foto. Nog een keer kak, ik zie een vlek. Dan toch eerst maar even wassen.

Ander item pakken, en het riedeltje begint van voor af aan.

Eerdere pogingen iets te verkopen strandden altijd hier. Een stapel kleren, in de was, en daarna op de strijkplank, en dan geen zin meer in verkopen.

Deze keer was ik daadkrachtiger. Ik moest van mezelf een aantal items online zetten, desnoods met kreukels, en vakkundig aan het oog onttrokken vlekken.

En warempel. Twee truien die al honderd jaar in mijn kast liggen, die al drie keer in een tas beland waren om naar waypoint te brengen, (maar wat ergens in dat proces óók weer stokte, en ze daardoor wéér in mijn kast terechtkwamen), die ik met de eerste beste foto online zet, díe verkoop ik meteen.

2024

Zal ik dit jaar zangles nemen? Of een instrument leren spelen? Ik wil minder op een dag doen. Wat zullen we dit jaar anders doen? Een fitter en gezonder leven leiden? Samen dansles nemen? Ik wil meer rust in mijn dag. Of zal ik een studie oppakken? Ik heb een interessante master gezien. Als voorzitter van scab wil ik nog scherper zijn. Ik wil mijn dagen minder volproppen, en niet van het één naar het ander vliegen. Ik wil mijn opa en opoe vaker bezoeken; nu kan het nog. We moeten misschien vaker meedoen aan activiteiten van de kerk, ons steentje bijdragen.

Ik wil meer lege tijd hebben. Ik ga meer stappen zetten.

Jaarwisseling in 2018

Kijk, ik wil niet zo’n mens worden dat na twintig jaar wéér op de proppen komt met haar bevallingsverhaal, jaar na jaar.

Maar ach, aan het eind van het jaar word je nostalgisch, en daarbij: dit is mijn hoekje, mijn kamertje van het internet. En Rine is vandaag 5 jaar geworden.

Ik was van Rine eerste kerstdag uitgerekend, maar liep overtijd. ‘s Avond liep ik als een onrustig dier door het huis, hopende dat ik de bevalling op gang kon helpen door beweging. Wanneer ik ‘‘s avonds in slaap viel, en de volgende ochtend wakker werd, baalde ik als een stekker. Nog steeds geen bevalling, en weer een dag die ik door moest zien te komen.

De jaarwisseling naderde, en ik kon het niet aan om in het nieuwe jaar te bevallen. Ik wilde per se in het oude jaar bevallen. Kennelijk is m’n geest sterk (en de stripbeweging van de dokter zal ook wel meegeholpen hebben), want ‘‘s avonds kwamen de weeën, en om 21.45u was Rine geboren. Om die tijd begon ook het geluid van het vuurwerk aan te zwellen, Geert plopte de champagne open, m’n moeder en zussen waren er, en het was zo gezellig en feestelijk.

Totdat ik iets voelde ploppen (het was geen tweede fles champagne), en tegen Geert zei dat hij de dokter moest bellen. Die knipperde even een paar keer verbaasd met z’n ogen, maar belde gauw de dokter. Ik had een bloeding gekregen. De ambulance kwam, en terwijl er afgeteld werd tot 24.00u en het geknal luider en luider werd, ging ik op een brancard de voordeur uit, precies toen alle buren buiten stonden om de jaarwisseling te vieren.

Spetterend het jaar uit!

(Alles verliep naar omstandigheden goed, de bloeding werd vakkundig gestopt, er traden verder geen complicaties op, en de volgende dag mochten we weer naar huis.)

Navigate