Divers

Noem mij

Mijn moeder is mijn naam vergeten

Mijn kind weet nog niet hoe ik heet

Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan

Laat mijn naam zijn als een keten

Noem mij, noem mij, spreek mij aan

O, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb wil ik heten.

Neeltje Maria Min. Uit: voor wie ik liefheb wil ik heten (1966)

Deze week zijn er weer ontelbare leerlingen en studenten begonnen in een nieuwe klas of met een nieuwe studie, en normaal gesproken was dit voor mij ook het moment waarop ik weer vele nieuwe namen (personen) leerde kennen.

Altijd moest ik dan denken aan bovenstaand gedicht van Neeltje Maria Min. Het vat zo krachtig wat het kennen van een naam betekent.

Nog zie ik gezichten van leerlingen en studenten, zelfs als het stoere jongens van een jaar of 20 waren, oplichten, wanneer je ze bij hun naam noemde.

Of toen ik in Ieper een herdenking van de Eerste Wereldoorlog bijwoonde, waar onder de Menenpoort namen plus leeftijden werden opgenoemd van slachtoffers, gevolgd door het blazen van de Last Post. Ongelooflijk indrukwekkend.

Fun fact: ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ was het debuut van de (destijds) jonge Min. Het sloeg in als een bom. Heel literair Nederland buitelde over de jonge Min heen, en probeerde naarstig de betekenis van het gedicht te achterhalen. Veel heeft Neeltje Maria Min er nooit over gezegd. En dat geeft het toch ook iets raadselachtigs mee.

Zwijgen

Ik begin de kunst van het zwijgen steeds meer onder de knie te krijgen.

In de vakantie las ik een (opvoed)boek waarin nagegaan werd hoe verschillende culturen over de hele wereld hun kinderen opvoeden. De Inuit doen dit met vooral veel stilte.

De kinderen willen dat ik politieagentje speel bij hun ruzies; ik zwijg, en hum alleen wat.

De kinderen hangen lange onnavolgbare verhalen op; ik lach, en hum wat.

Iemand maakt een zure opmerking; ik glimlach en zwijg.

Iemand maakt over hetzelfde onderwerp nog eens een zure opmerking; ik pers mijn lippen op elkaar, ik grimlach, en zwijg.

Iemand mailt een totaal niet helpende opmerking; ik zucht, maar ik reageer niet.

Grappig (en veelzeggend) is het dan weer wel dat ik schrijf dat ik zwijg.

Voetbalmoeder

Vandaag stond ik voor het eerst op het voetbalveld langs de zijlijn te kijken naar een partijtje voetbal van onze middelste.

Om 07.00u de wekker moeten zetten is niet per se wat ik ambieer op een zaterdagochtend, maar kennelijk is half Urk ‘s ochtendsvroeg in de miezerregen bij de voetbalvelden te vinden.

Ontzettend grappig trouwens om die kluwen kleintjes als één mierenhoopje rondom een voetbal te zien scharrelen, strompelen en mis trappen.

Opmerking: ik had hier nog een kritische alinea staan over wat ik vond van bepaald gedrag van ouders langs de zijlijn, maar ik heb het weggehaald, omdat ik me een huichelaar voelde om het dan hier ‘heldhaftig’ te typen, terwijl ik niet het lef zou hebben om er op dat moment wat van te zeggen.

Herinneren

Nog steeds ben ik er niet helemaal voor mezelf uit wat het schrijven elke dag nou precies oplevert.

Alleen vandaag moest terugdenken aan m’n eigen blog over stoppen, toen ik tijdens m’n eerste werkdag abrupt de neiging had om de handdoek in de ring te gooien.

Ik herkende een patroon bij mezelf, en kon via m’n eigen woorden mezelf in herinnering brengen om alleen te stoppen op een goeie dag.

Dus in feite is het gewoon praten met mezelf. En kennelijk is dat al ruim een maand (!) voldoende.

Meer natuur

‘Ik wil graag meer natuur in mijn leven, maar ik moet nog even kijken hoe ik dat in mijn routine kan passen.’

Deze zin las ik bij een Amsterdamse influencer. Zonder greintje zelfspot of ironie.

Begin in de geest.

‘Begin in de geest, dan zal voetje voor voetje de werkelijkheid volgen.’

Mutsaers, C. (via dbnl)

Deze zin kwam ik tegen toen ik obsesssief de dbnl afspeurde naar secundaire literatuur over Madame Bovary.

Helaas heeft de werkelijkheid voor Emma niet zo goed uitgepakt.

Joanne en Rinke

Het begon allemaal in 2009 met wat gezwets op een verjaardag over kamperen, en dat we dat weleens wilden proberen, en naarmate de avond vorderde werden de verhalen sterker, waarschijnlijk met de gedachte dat iedereen het de volgende dag toch wel vergeten zou zijn.

En toch zaten we daar zo ineens met elkaar in de zomer, in een blauwe transporterbus, afgeladen met kampeerspullen, zonder enige kampeerervaring aan beide kanten, zonder dat we écht bevriend waren, op weg naar Italië, om daar twee weken met elkaar te gaan kamperen.

De vakantie was één groot avontuur, en is het startpunt van een jarenlange vriendschap gebleken. Bedrijven, huwelijken, zwangerschappen, verhuizingen, kinderen: heel wat fases zijn we al met elkaar doorgegaan. Er waren pieken, en er waren dalen, maar altijd was er een lijntje dat ons verbonden hield.

Samen met vakantie gaan is na al die jaren nog steeds iets wat we erg goed kunnen.

Leggen, draaien, keren, eten.

‘Hebben jullie het laat gemaakt?’ ‘Nou, Ushuaia was al dicht.’

Op onze één na laatste avond zijn we met z’n tweetjes uit. Diner pas om 22.00u gereserveerd, want dat schijnt hier normaal te zijn. Eten, en daarna de calorieën er weer afwiegen; helemaal mijn ding.

Morgen onze laatste dag samen, en er begon zich net een vakantieritme te ontspinnen. Een wandelingetje naar het bakkertje, een brunch, een activiteit uitvoeren die vooral horizontaal plaatsvond, eten, kinderen naar bed proberen te krijgen, en dan volwassentijd.

En morgen, morgen gaan we de hele dag roepen ‘alweer de laatste dag, wat gaat het snel.’ En daarna gaan we weer terug naar het dagelijkse leven.

Druk is het nieuwe goed.

Bij gebrek aan beter had ik op het vliegveld een paar tijdschriften gekocht.

Ik ben vroeger echt opgegroeid met tijdschriften: het begon met de Donald Duck, toen Tina, (de Hitkrant was ook een tijdschrift toch?) Fancy, Cosmogirl, Elle Girl, later Cosmopolitan, Grazia, Elle, Marie Claire, Linda, VT Wonen. Maar ik las ook graag als hippe twintiger de Margriet en Libelle van m’n moeder.

Maar met de jaren zijn tijdschriften denk ik gedateerd geraakt? Zal ongetwijfeld te maken hebben met alle social media platformen, en het veel gerichter kunnen volgen van je interesses.

Ook het narratief over vrouw, met baan, met gezin, met sociaal netwerk, dat alle ballen hoog moet houden, dat je tegenwoordig in élk tijdschrift terugvindt, is zo slaapverwekkend geworden. Dat je niet in slaap bent gevallen bij deze alinea, vind ik al knap.

Dit narratief vond ik ook weer terug in de Linda die ik kocht. Het was zelfs het thema.

Zo las ik over dit ‘oh, wat zijn we toch druk met z’n allen’ en kilometermeterslang artikel, en dat creëert toch een bepaalde verwachting; dat er iets verfrissends wordt gepresenteerd als antwoord op dat ‘druk druk druk’. In het artikel passeerden alle clichés de revue: van social media is oorzaak tot vrouwen hebben er meer last van dan mannen, bla bla bla.

Ik lezen lezen lezen. Welke ingenieuze oplossing zou geadviseerd worden tegen ons drukke bestaan? Er kwam zelfs een psychotherapeut aan te pas. En raad eens: minder doen. Je dag niet niet zo vol proppen.

Heb ik voor deze allesomvattende niet te overtreffen wijsheid serieus 5 minuten van mijn kostbare tijd verspild?

Navigate